The Nelson Mandela Files 1

Ervaringsdeskundige of…
Eigen taal 4

 

Voor J.

Als je met iemand praat die gepest wordt,
En je vertelt over de mogelijkheden die hij heeft,
De hulp die hij kan krijgen,
En de technieken waaraan hij kan werken,
Dan praat je tegen hem,
In een taal die hij begrijpt.

Hij volgt je,
Geeft antwoord op je vragen,
Met zijn verstand,
Met zijn hoofd,
In een taal die jij begrijpt,
Met je verstand,
Met je hoofd.

Vertel je hem over je eigen pijn,
Je eigen wanhoop,
De hulp die je niet durfde te vragen,
Of tevergeefs zocht,
Over de keren,
Dat je niet geloofd werd,
Getrapt en door het gezag,
Uitgelachen werd,

Over de talloze keren,
Dat je centimeter na centimeter,
Op eigen kracht,
Opgekrabbeld bent,
En weer viel,
Terug geduwd werd,
Totdat eindelijk iemand,
Je bij de hand nam,
En omhelsde,

Dan praat je met hem,
In zijn eigen taal,
Dan raak je hem,
In zijn hart.

Nu praten jullie,
Met elkaar,
In jullie eigen taal,
En raakt hij je…

Recht in je hart.

…zielsgenoot?

Vriend

Eigen taal 1

Mijn taal? Jouw taal?           Onze taal…..?!

 

Vrij naar Nelson Mandela:

If you talk to a man in a language he understands, that goes to his head. If you talk to him in his language, that goes to his heart.

Eigen taal 2

001herfskracht 10

Bloedend Geven

 

Bloedend

 Blad op het spoor
Heeft haar leven
Geleefd

 Toch is het nog
Onbeschreven

 Als de

Treingedreven
bestuurder het

 Redt
Kan de dichter
Haar nieuw leven

Geven

 

 

 

 

 

.

Tunneltje

De lange weg naar het station

Hóóg…

Nu de kinderen niet meer kwamen, al had masjinist de hoop nog niet helemaal opgegeven, besloot hij een leven voor zichzelf te beginnen. Tom liet hem altijd in zijn locomotief zitten. Dat vond masjinist best, een poppetje van plastic heeft niet veel lichaamsbeweging nodig, maar hij begon zich wel erg te vervelen. Hij was zijn trein uitgekropen en had zijn intrek genomen in een klein boerderijtje aan de overkant van het spoor. Het ging wat moeizaam met twee benen die hij alleen tegelijk kon bewegen en dan nog in dezelfde richting ook, maar het ging. En als het vandaag niet zo was, dan ging het morgen wel weer. Van tijd had hij niet veel besef. Toch probeerde hij zoveel mogelijk regelmaat in zijn bestaan te bouwen.

Elke morgen stond hij op als de haan kraaide en zat hij een tijdje aan de ontbijttafel. Eten of drinken had hij niet in huis, maar dat gaf niet. De plastic machinist kon helemaal niet eten, hij kon niet eens zijn mond open doen. Die was met een dun lijntje op zijn hoofd geschilderd. Masjinist was er echter niet zo zeker van dat hij nooit gegeten had. Hij kon bijna de smaak van versgebakken brood proeven als hij rook wat de oma van Maryse bakte. Ook bijzonder, want een neus had hij al helemáál niet.

Aan tafel mijmerde masjinist vaak over Tom. Hoe zou het met zijn vriend gaan? Hij wist zeker dat Tom hem niet in de steek gelaten had, Tom durfde Maryse gewoon niet tegen te spreken. En hoewel het Toms Treinmaatschappij was, lag de baan op de grond van Maryse’s kamer bij haar oma op de boerderij. Hij herinnerde zich hoe die twee ruzie gekregen hadden over het station.

Het was masjinist al eerder opgevallen dat Maryse de laatste tijd brieven kreeg van een jongeman wiens naam ze minutenlang achter elkaar kon fluisteren. Die brieven bewaarde ze in het stationsgebouw, omdat dat het enige gebouw was dat van onder niet open was. De deur had ze met een klein slotje afgesloten en ze was jammer genoeg ook zo slim geweest de batterijen eruit te halen, zodat de lift niet meer door de Tom en Faber bediend kon worden en dus ook niet door masjinist. Hoe komen de reizigers nu van het perron, had masjinist zich afgevraagd.

‘Hoe komen die reizigers nu van het perron?’
‘Die gaan maar via het trapje aan de zijkant naast de kaartjesverkoop,’ had Maryse geantwoord.
‘Maar dat is een heel smal trapje zonder leuning. Dat kan toch niet bij een goede maatschappij!’
‘Dan springen ze er maar vanaf. Ze zijn van plastic hoor. Ze zullen echt niet kapot gaan. Jij bent ook nog zo onvolwassen jij, dat je met poppetjes speelt.’
Tom voelde zijn hoofd rood worden van woede. ‘Maar als er nou mensen met de trein willen die in een rolstoel zitten? Of die niet kunnen lopen?’
‘Dan kieper je die maar lekker over de rand. Het station blijft gesloten. Wegens…. euh, renovatie.’ Ze had er hard en hatelijk bij gelachen. Terwijl ze wist dat Toms oma in een rolstoel zat en graag met de trein reisde.

Masjinist was net zo van haar lachen geschrokken als Tom van haar woorden. Dan kieper je die maar lekker over de rand. Zo ging dat in de echte wereld toch ook niet? Gehandicapten en ouderen werden juist met respect behandeld. Die hadden een streepje voor. Daar stond je voor op en die bood je een helpende hand. Die liet je niet in de kou staan. Nooit niet. Dat zou toch geen enkele treinmaatschappij in zijn hoofd halen?

Masjinist dacht aan de woorden van Tom en Maryse woorden toen hij naar het station liep. Als machinist kon hij moeilijk over het spoor lopen en zich aan de perronrand optrekken. Dat zou een slecht voorbeeld zijn voor de reizigers. En hij had een voorbeeldfunctie, ook al was zijn uniform op zijn lichaam geschilderd en liep hij in feite poedelnaakt rond. Aangezien het gebouwtje afgesloten was, zat er dus niets anders op dan via een gevaarlijk, donker tunneltje naar de andere kant van het station te klauteren. Daar moest hij een steile trap met smalle treden omhoog en dan een paar goederensporen oversteken, voordat hij bij het personeelsverblijf kon komen.

Maar zo gemakkelijk ging dat vandaag nog niet. Op de weg door het tunneltje stonden vakantiebussen en een auto geparkeerd. Die auto zorgde ervoor dat masjinist niet langs de bussen naar de andere kant kon lopen. Hij had wel naar die auto kunnen lopen om aan de bestuurder te vragen zijn voertuig een stukje opzij te zetten, maar dat durfde hij niet. De bestuurder was namelijk uitgestapt om zijn oude moeder in een rolstoel te hijsen. Stel je voor dat masjinist een opmerking gemaakt had over het blokkeren van de hele weg, dan had hij vast als antwoord te horen gekregen dat Toms Treinmaatschappij schandalig met gehandicapten omging. Die konden al bijna twee jaar niet meer met de trein reizen omdat de lift afgesloten was. Nee, in dat geval kon masjinist alleen maar met zijn staart tussen de benen afdruipen en dus wachtte hij geduldig tot moeder in de rolstoel zat en de man met de auto vertrokken was.

Wij zullen fóórd gaan…

Nu moest hij wel opschieten, want hij moest eigenlijk om tien uur beginnen en het was nu al tien over tien. Zodra hij de trap opgeklommen was, wachtte hem echter opnieuw een onaangename verrassing. Het spoor werd geblokkeerd door een goederentrein. En die leek ook nog eens heel lang te blijven staan. Het enige dat erop zat, was om de trein heenlopen. Maar de struiken langs de zijkant van het spoor waren uitgegroeid tot heuse oerwoudplanten en stonden met hun takken tegen de trein. Daar kon niemand tussendoor zonder de trein te raken. Als de trein plotseling ging rijden, zou die je mee sleuren tot wie weet waar. Masjinist bleef dus maar wat in de schaduw rondhangen. Hij kon het nog wel via het smalle trappetje proberen, maar dat was ook minstens twintig minuten omlopen. Dan was deze trein waarschijnlijk allang weg.

Hij strekte zich zo ver mogelijk uit en keek op de goederenrein. Die was beladen met tientalen nieuwe auto’s. Als hij er daarvan eens een kon pakken. Maar alles was

De Lift, bron van strijd

goed vastgezet en de auto’s konden alleen via de achterkant de trein af rijden en dat was ver weg van waar hij stond. Hij keek nog eens goed, maar hij zag ook geen mogelijkheid op de trein te klimmen om snel over te steken. Op de plaats waar het trapje gezeten hadden, zat nu een hendel voor een soort lift. Er was een grote sticker naast geplakt die duidelijk maakte dat het verboden was de lift te bedienen.
Ja, dat weten we nu wel, bromde masjinist onhoorbaar.

Was onder de trein door misschien een optie? Met zijn lengte van nog geen tien centimeter moest dat natuurlijk best mogelijk zijn. Hij was bij elkaar nu al drie kwartier aan het wachten. Zo kon dat toch niet, er moesten treinen gereden worden. Het perron stond vol mensen. Die hadden vast haast en wilden vertrekken. Nou ja, dat wist masjinist eigenlijk niet. Hoewel die reizigers net zo plastic waren als hijzelf, leken ze geen enkele poging te doen om te bewegen. Dag in, dag uit stonden ze daar in precies dezelfde houding. Masjinist wist dat het bedrog was. In zijn slaap kon hij ze soms volhoofd horen schelden. Ja zo bedoelden ze het, als scheldwoord. Volhoofd, volhoofd; hij wist niet wat ze ermee bedoelden, maar het maakte hem op de een of andere manier anders dan de rest. Daarom werd hij nooit begroet.

Nou ja, beter een volhoofd dan een leeghoofd, dacht masjinist bij zichzelf. Hij kon zich niet langer beheersen en liep langzaam op het spoor af. Klaar om onder de goederentrein door te lopen. Steeds dichter naderde hij de metalen rails. Steeds dichterbij, tot hij het roestende ijzer kon ruiken. Natuurlijk kwam op dat moment de trein in beweging. Machinist ging kalm op de grond liggen. Op een betonnen biels buiten de rails. Hij wachtte gespannen op wat komen ging. Hij lag te ver weg van de rails om door de trein geraakt te worden. Daar maakte hij zich geen zorgen over. Hij vond het ook wel spannend om de onderkant van de trein over zich heen te zien gaan. Hij was echter wat huiverig voor de luchtverplaatsing. Geen probleem als hij weggeblazen zou worden. Dan zou hij in de struiken belanden. Maar hij was bang dat de trein hem naar binnen zou zuigen. Dat hij meegesleept zou worden in een dodelijke zucht wind. Dat hij verpletterd zou worden onder de wielen van een trein.

De goederentrein was veel langer dan hij had gedacht. Hoeveel wagens waren er nu al over zijn hoof getrokken. Twintig? Misschien wel dertig. Of veertig. Hij kreeg het er benauwd van. Dat je geen lippen hebt en je mond niet kunt openen, wil nog niet zeggen dat je niet in ademnood kunt raken. Ook al heb je helemaal geen longen, door een paniekaanval kun je toch gaan hyperventileren. En het ging maar door, wagen na wagen na wagen. Het werd hem langzaam wit voor de ogen.

Eronderdoor gaan

Stralend wit, maar niet verblindend. Waar was hij? Hij hoorde geen enkel geluid. Was dit wit echt wit, of was het een kleurloze nevel die alleen maar wit leek? Masjinist vroeg het zich af toen hij een bekend gezicht uit de mist tevoorschijn zag komen.
Tom, wilde hij roepen. Tom, ik ben hier. Hij wist op dat moment zeker dat hij kon praten als hij het echt wilde. Hij kon schreeuwen, hij kon om hulp roepen. Maar toen de eerste klanken zich op zijn lippen vormden, flitste een spookbeeld zijn hoofd binnen. Het gezicht van een jonge vrouw die hij ooit gekend moest hebben. Een godin wellicht. Ze keek hem streng aan en wees met haar vinger in het niets. Ze verdween even snel als ze verschenen was.

‘Zestig woorden, ik heb het begrepen.’ Masjinist zei het in zichzelf, niet hardop. Achter beelden ontstonden nieuwe beelden. Hij zag zijn hart op een weegschaal. Hij voelde een gruwelijke pijn. En zestig woorden. En een veer. Een verloren veer. Een veer die hij moest zoeken. Waar moest hij zoeken?

Hij zag boven zich iets bewegen.
‘Horus? Kom je me opnieuw redden?’ Dat waren zes van zijn zestig woorden. Verspilde woorden omdat niemand ze gehoord had. Horus was in geen velden of wegen te bekennen. Hij voelde de klauw niet die hem greep.

Information Retrieval

Drie onmogelijkheden, één keuze

Lang voor het begin der tijden, kreeg masjinist van de Voorbereiders de opdracht te kiezen uit drie onmogelijkheden.

  1. Eeuwig onwetend blijven
  2. Gek worden
  3. Voor altijd vallen in eeuwige leegte

Onwetenden zien we dagelijks. Ze leiden een onbezorgd en gelukkig leven. Zolang ze geen toegang tot kennis hebben, zullen ze tevreden zijn en blijven opstanden uit. 

Het zal echter nooit lukken alle kennis verborgen te houden. Daarvoor zijn mensen te nieuwsgierig van aard. We hoeven er alleen maar voor te zorgen dat elk gevonden antwoord twee nieuwe vragen oplevert.

Maar masjinist is geen mens. Hij is geen leven, maar ook geen dood. Geen materie, maar ook geen lege ruimte. We kunnen hem niet laten zijn, want hij zou ons wankele plan verstoren. We kunnen hem ook niet laten niet-zijn, want hij is nu eenmaal.

Laat hem kiezen in de hoop dat hij zijn eigen noodlot aanwijst.

Uit: rapport 9, Voorbereiders, eerste levering, laatste bladzijde

Artikel 1

Goudvis in een kooitje

Gedichten van een gedreven gezicht, zoekende ziel, dolend dwaallicht, hunkerend naar de horizon, vergeefs vragend, onderweg ontdekkend dat toch alles anders is dan haar bezige brein haar verleidelijk voorgelogen had. Gevangen in geluk en daarom verdrietig verlangend naar vrijheid. Met slechts een vogel in een kom en een vis in een kooitje, gaat ze voor goud.

Herdenking Februaristaking 1941

Ze ziet zichzelf rond rennen rondom groene gronden, gespannen nadenkend over het niets in haar net. Besluiteloos ben ik bang, angstvallig afwachtend, aftellend tot ze argeloos van de aarde valt, Venus en Epsilon Virginus in het vizier. Wijzend naar waar de wind waait, dag-dromend Dichtgezicht.

Een eerste begroeting tussen beelden van een sputterende spoormachinist en gedichten van een gevoelig dichtend dichtgezicht. Zoekend naar zekerheid vallen van tijd tot tijd geniepige gaten en schuurt de schubbige, vóór de vogel is gevlogen en de goudvis is verdronken, zouteloos naar de zilte zee.

 Maar altijd als twee talen in één enkelvoudige gedachte gevangen gehouden worden, worstelen woorden in vurige vlammen. Ze smeken de smid om stalen slagen die verbuigen en verkorten, verbreken en verbinden, vergroten, verkleinen en verwijzen naar een ver voltooid verleden.  Huiveringwekkende hamerslagen huilen en helpen hunkerende vaste vrouwelijke voornaamwoorden in vlammende voordrachten verbazingwekkend vlot vervoegen van vulgair vragend voorzetselsvoorwerp in verlokkelijk verleidelijke voorzetselsvoorwerpszin.

Vraagteken!

Euhh, ik bedoel gewoon dat de som meer is dan de delen en tot de volgende keer.

ruimteschip.jpg

Beelden uit het duister

Kan iemand van plastic sterven?

Hoe komt het dat hij dan wel kan denken?

Of denkt hij dat maar?

Zweeft hij tussen leven en dood?

Of geldt zelfs voor kunststof:

Plastic to plastic, dust to dust…

…Ashes to ashes, plastic to plastic.

Hoe het ook verder gaat…

Deze beelden komen uit zijn herinnering…

Beelden uit een ver verleden,

Of,

Beelden uit de toekomst?

Voorlopig…                                                                           …gipolrooV

Beelden uit het duister

Grey Day

Hooikoorts

Nachtvlo (seinstoring)

Vleugels des doods

Werk in uitvoering, niemand vertellen

Sprinter Van Toms Treinmaatschappij

Engel

Ghostrider

locomotief van Tom

Locomotief van Toms Treinmaatschappij

Beelden uit het duister,

Ze moeten daar ooit opgeslagen zijn,

In een donkere kamer,

Wachtend op ontwikkeling,

En afdrukken…!

*_*_*

Osiris

De dood van masjinist

Tussen Osiris en Isis

De hitte was niet te dragen. Hoewel hij een sterke wind in de rug voelde, had hij het gevoel dat hij geen stap vooruit kwam. ‘Dat kan natuurlijk ook niet,’ mompelde hij. Verbaasd keek hij naar zijn handen. Zijn plastic huid had zwart geblakerd en half gesmolten moeten zijn, maar hij zag echte handen met echt bewegende vingers. Weliswaar flink verbrand, maar nog steeds beter bruikbaar dan die O-vormige klompen waarmee je niets kon vastpakken. Of niet loslaten als je iets vast had. Hoe was hij nu van zijn veilige spoorbaan op zolder, in de woestijn beland? Als masjinist van vlees en bloed nog wel.

 Veel tijd om erover na te denken had hij niet. Terwijl de zon het vuur nog wat hoger draaide om zijn hersenen te koken, zag de tijdloze reiziger een donkere zwerm op zich afkomen. Het monster bonkte dreigend als een slijpmachine. Vlijmscherpe messen van zand blies het over de vlakte. Messen die een ogenblik later als een boemerang terugkwamen om zich, dwars door zijn huid snijdend, weer bij het gedrocht te voegen. De zandstorm krijste, vloekte en jankte, maar raasde onvermoeibaar verder.

 Masjinist liep wat hij kon, maar hij wist dat het zinloos was. De piramide in de verte zou hij nooit op eigen kracht bereiken. De eerste korrels woestijnzand drongen al in zijn achterhoofd, toen een enorme schaduw hem met zijn klauwen oppikte en met een ongelooflijke snelheid van de storm wegvoerde. Uitgeput keek masjinist omhoog. Een valk met een scherpe snavel keek hem even aan, richtte toen weer zijn blik naar voren en vloog, buiten bereik van de woest gillende zandzwaarden, naar de piramide.

 De vogel wierp zijn geroosterde prooi, door een klein gat halverwege de top, het magische bouwwerk binnen. De glijbaan waarop masjinist zich nu bevond, was zo stijl dat er niets anders opzat dan zich zonder veel verzet mee te laten voeren door een donker gangenstelsel. Na de laatste bocht werd het snel licht en masjinist maakte een pijnlijke val op de stenen vloer van een donkere ruimte. Slechts twee of drie kaarsen verlichtten de indrukwekkende gestalte die op een troon op een soort verhoging aan het eind van de zaal zat. Heel even meende masjinist naast deze goddelijke figuur een vrouw te ontwaren, maar dat beeld ging in rook op. Slechts iets kronkeligs op de vloer bleef over. Toen zijn ogen gewend waren aan het duister, zag hij tot zijn verbazing de valk die hem gered had, op een oude weegschaal zitten.

 De zandstorm stopte net zo abrupt als hij begonnen was, waardoor een felle straal zonlicht masjinist in de schijnwerpers zette. Hij zag nu niets meer en wilde een stap opzij gaan, terug de schaduw in, maar de farao hield hem tegen met zijn staf. De farao, misschien zelfs een god, sprak met een donderend stemgeluid dat echode tegen de marmeren wanden. Masjinist verstond er geen woord van, dus hij gebaarde dat hij het niet begreep. Dom natuurlijk, want hij was niet langer van plastic en kon gewoon praten.
‘Hello? I’m sorry, do you speak English?’ Hij schaamde zich. Kon hij eindelijk praten, kwam er dit soort nonsens uit zijn mond.

 Een helper van Osiris, met een vriendelijke ezelskop, opende vlak voor de ogen van masjinist een papyrusrol. Masjinist voelde de vreemde sensatie van een veer in zijn vingers. De letters kwamen hem zo bekend voor. Had hij dit document geschreven. Maar wanneer dan? Hij was toch altijd een stuk speelgoed geweest? Hij herinnerde zich de winkel nog, waar de vader van Tom hem kocht. Die heerlijke uren, waarin Tom hem over de rails liet snorren, turend naar de eeuwige sneeuw op kartonnen bergen. Hij voelde zijn vingers jeuken. Maar hij had toch nooit vingers gehad? Hoe zou hij dit document dan ooit geproduceerd kunnen hebben?

 Hij werd op zijn rug getikt, maar in het aanzicht van Osiris durfde hij niet achterom te kijken. Zelfs niet toen een zware massa over zijn rug omhoog kronkelde. De cobra sliste toen haar tong het oor van masjinist naderde.
‘Je enige redding is de veer opgeven. Hak desnoods je rechterhand af. Dit is je laatste waarschuwing.’ Met wijd geopende bek, verliet ze via de andere schouder het lichaam van masjinist, die daardoor een tijdlang van zijn adem beroofd werd. Hij bleef hijgend staan.

 ‘Mijn rechterhand afhakken, dat nooit! Ik heb hem nog geen uur en nu zou ik hem al opofferen? Ik heb jullie niets misdaan. Ik weet niet wat er in dat document staat, maar als ik het geschreven heb, dan moet het waar zijn. Ik lieg niet.’
Het hoofd van Osiris boog naar voren. Achter haar man en broeder verscheen Isis in koninklijke gedaante. De troon waar ze eerder op zat, stond nu op haar hoofd.
‘Wou jij dan beweren dat wij dit gedaan hebben, dat wij ons tegen ons eigen dodenrijk gericht hebben?’ De stem van Osiris klonk poeslief. Duidelijk een stilte voor de storm. Maar masjinist gaf niet toe.
‘Dat weet ik niet, maar ik ben hier nooit eerder geweest. Dat weet ik zeker.’

 Isis wenkte hem en bracht hem naar de weegschaal. De valk vloog naar de schouder van Osiris.
‘We zullen zien, Horus.’ De vogel zette de veren van zijn kop overeind en bekeek masjinist spottend.
‘Iedereen krijgt hier een eerlijke kans, maar een schrijver die het Jaroeveld betreedt, dat zou een wonder zijn. Schrijvers hebben een veel te groot hart, altijd zwaarder dan de Veer.’

 Het laatste dat masjinist zag, was Osiris die het nog kloppende hart van de schrijvende treinbestuurder op de weegschaal legde. Aan de andere kant slechts een ganzenveer als tegenwicht. Misschien ooit gebruikt door grote auteurs als Mulisch, Reve, Voskuil, Multatuli, Socrates, Kluun (grapje), Sartre, Enquist, Beckman, Irving en Claus, die door een Anti-Censuur Protest Read-in op het nippertje uit de gevangenis wist te blijven, maar ondanks die schat aan Literatuur nooit zwaar genoeg kon zijn om de ziel van masjinist te redden.

Osiris en Horus

Masjinist lag in de zon. De enorme kracht van de stralen had hem bijna direct blind moeten maken. Maar hij kon ze niet dichtdoen. Ook zijn vingers waren onbeweeglijk, zijn benen stram, zijn voeten stijf. Hij was weer van plastic. Een meester zonder ziel in het hart van een brandende woestijn. Af en toe blies een zuchtje wind, een enkele zandkorrel tegen of op het beschilderde lichaampje. Soms jeukte het, prikte het in zijn oog. Hij kon er niets aan doen.

 De nacht viel en in de donkere woestenij werd het bitter koud. Zonder kloppend hart, nam masjinist de temperatuur van zijn omgeving aan. Een klomp ijs betrok de holle ruimte in zijn borst als woning. IJs dat zelfs de volgende dag in de hitte niet meer ontdooide. Laagje na laagje raakte het speelgoedpoppetje bedolven onder een laag zand. Onzichtbaar en door iedereen vergeten. Uit het oog, uit het… Een bitter spreekwoord. Het laatste beeld dat voor zijn ogen verscheen, was dat van Tom, zijn trouwe stroomleverancier. Zijn vriend. Voor altijd, wat er ook gebeurt.

 Die ene traan die in masjinists oog verscheen, werd zo snel door het zand opgenomen, dat niemand hem zag. Hoog vanuit de lucht, dwarrelde een veertje op zijn graf…

Werk in uitvoering, niemand vertellen