WEBSITE JEFFREY ARENZ AANGEVALLEN.
KAARTVERKOOP ‘GEPEST’ VIA VILLA2B
Categorie archief: Spoorwegen
masjinist steunt de strijd tegen intimidatie
Iemand helpen die in een rolstoel zit? Dat is bij de Nederlandse Spoorwegen spelen met je leven. Een column schrijven over wat je meemaakt? Dat is bij de Nederlandse Spoorwegen spelen met je leven. De waarheid vertellen over foute aanbestedingen en geldverspillende directieleden? Dat is bij de Nederlandse Spoorwegen spelen met je leven. Zeggen wat je denkt? Dat is bij de Nederlandse Spoorwegen spelen met je leven. Je werk veilig proberen te doen? Dat is bij de Nederlandse Spoorwegen spelen met je leven. De reiziger proberen te helpen? Dat is bij de Nederlandse Spoorwegen spelen met je leven.
Kijk hier aan welke psychische stoornissen je volgens het NS management allemaal lijdt als je je werk goed probeert te doen en iemand in een rolstoel probeert te helpen.
Steun masjinist in de strijd tegen intimidatie!
Bloedend Geven
Spoorballet
masjinist lag op de stuurtafel en staarde omhoog. Hij keek naar de wolken en naar de vogels. En naar de bovenleiding, die in zijn zicht van links naar rechts bewoog en weer terug. Het mooiste vond hij de bruggen. Het waren echte kunstvoorwerpen in het landschap. In gedachte ging hij er in slow motion onderdoor. Een ballet, alsof hij de hoofdrol had in het Zwanenmeer. Een extatisch moment. Om nooit te vergeten. Met de wolken zweefde hij weg, verder en verder…
De lange weg naar het station
Nu de kinderen niet meer kwamen, al had masjinist de hoop nog niet helemaal opgegeven, besloot hij een leven voor zichzelf te beginnen. Tom liet hem altijd in zijn locomotief zitten. Dat vond masjinist best, een poppetje van plastic heeft niet veel lichaamsbeweging nodig, maar hij begon zich wel erg te vervelen. Hij was zijn trein uitgekropen en had zijn intrek genomen in een klein boerderijtje aan de overkant van het spoor. Het ging wat moeizaam met twee benen die hij alleen tegelijk kon bewegen en dan nog in dezelfde richting ook, maar het ging. En als het vandaag niet zo was, dan ging het morgen wel weer. Van tijd had hij niet veel besef. Toch probeerde hij zoveel mogelijk regelmaat in zijn bestaan te bouwen.
Elke morgen stond hij op als de haan kraaide en zat hij een tijdje aan de ontbijttafel. Eten of drinken had hij niet in huis, maar dat gaf niet. De plastic machinist kon helemaal niet eten, hij kon niet eens zijn mond open doen. Die was met een dun lijntje op zijn hoofd geschilderd. Masjinist was er echter niet zo zeker van dat hij nooit gegeten had. Hij kon bijna de smaak van versgebakken brood proeven als hij rook wat de oma van Maryse bakte. Ook bijzonder, want een neus had hij al helemáál niet.
Aan tafel mijmerde masjinist vaak over Tom. Hoe zou het met zijn vriend gaan? Hij wist zeker dat Tom hem niet in de steek gelaten had, Tom durfde Maryse gewoon niet tegen te spreken. En hoewel het Toms Treinmaatschappij was, lag de baan op de grond van Maryse’s kamer bij haar oma op de boerderij. Hij herinnerde zich hoe die twee ruzie gekregen hadden over het station.
Het was masjinist al eerder opgevallen dat Maryse de laatste tijd brieven kreeg van een jongeman wiens naam ze minutenlang achter elkaar kon fluisteren. Die brieven bewaarde ze in het stationsgebouw, omdat dat het enige gebouw was dat van onder niet open was. De deur had ze met een klein slotje afgesloten en ze was jammer genoeg ook zo slim geweest de batterijen eruit te halen, zodat de lift niet meer door de Tom en Faber bediend kon worden en dus ook niet door masjinist. Hoe komen de reizigers nu van het perron, had masjinist zich afgevraagd.
‘Hoe komen die reizigers nu van het perron?’
‘Die gaan maar via het trapje aan de zijkant naast de kaartjesverkoop,’ had Maryse geantwoord.
‘Maar dat is een heel smal trapje zonder leuning. Dat kan toch niet bij een goede maatschappij!’
‘Dan springen ze er maar vanaf. Ze zijn van plastic hoor. Ze zullen echt niet kapot gaan. Jij bent ook nog zo onvolwassen jij, dat je met poppetjes speelt.’
Tom voelde zijn hoofd rood worden van woede. ‘Maar als er nou mensen met de trein willen die in een rolstoel zitten? Of die niet kunnen lopen?’
‘Dan kieper je die maar lekker over de rand. Het station blijft gesloten. Wegens…. euh, renovatie.’ Ze had er hard en hatelijk bij gelachen. Terwijl ze wist dat Toms oma in een rolstoel zat en graag met de trein reisde.
Masjinist was net zo van haar lachen geschrokken als Tom van haar woorden. Dan kieper je die maar lekker over de rand. Zo ging dat in de echte wereld toch ook niet? Gehandicapten en ouderen werden juist met respect behandeld. Die hadden een streepje voor. Daar stond je voor op en die bood je een helpende hand. Die liet je niet in de kou staan. Nooit niet. Dat zou toch geen enkele treinmaatschappij in zijn hoofd halen?
Masjinist dacht aan de woorden van Tom en Maryse woorden toen hij naar het station liep. Als machinist kon hij moeilijk over het spoor lopen en zich aan de perronrand optrekken. Dat zou een slecht voorbeeld zijn voor de reizigers. En hij had een voorbeeldfunctie, ook al was zijn uniform op zijn lichaam geschilderd en liep hij in feite poedelnaakt rond. Aangezien het gebouwtje afgesloten was, zat er dus niets anders op dan via een gevaarlijk, donker tunneltje naar de andere kant van het station te klauteren. Daar moest hij een steile trap met smalle treden omhoog en dan een paar goederensporen oversteken, voordat hij bij het personeelsverblijf kon komen.
Maar zo gemakkelijk ging dat vandaag nog niet. Op de weg door het tunneltje stonden vakantiebussen en een auto geparkeerd. Die auto zorgde ervoor dat masjinist niet langs de bussen naar de andere kant kon lopen. Hij had wel naar die auto kunnen lopen om aan de bestuurder te vragen zijn voertuig een stukje opzij te zetten, maar dat durfde hij niet. De bestuurder was namelijk uitgestapt om zijn oude moeder in een rolstoel te hijsen. Stel je voor dat masjinist een opmerking gemaakt had over het blokkeren van de hele weg, dan had hij vast als antwoord te horen gekregen dat Toms Treinmaatschappij schandalig met gehandicapten omging. Die konden al bijna twee jaar niet meer met de trein reizen omdat de lift afgesloten was. Nee, in dat geval kon masjinist alleen maar met zijn staart tussen de benen afdruipen en dus wachtte hij geduldig tot moeder in de rolstoel zat en de man met de auto vertrokken was.
Nu moest hij wel opschieten, want hij moest eigenlijk om tien uur beginnen en het was nu al tien over tien. Zodra hij de trap opgeklommen was, wachtte hem echter opnieuw een onaangename verrassing. Het spoor werd geblokkeerd door een goederentrein. En die leek ook nog eens heel lang te blijven staan. Het enige dat erop zat, was om de trein heenlopen. Maar de struiken langs de zijkant van het spoor waren uitgegroeid tot heuse oerwoudplanten en stonden met hun takken tegen de trein. Daar kon niemand tussendoor zonder de trein te raken. Als de trein plotseling ging rijden, zou die je mee sleuren tot wie weet waar. Masjinist bleef dus maar wat in de schaduw rondhangen. Hij kon het nog wel via het smalle trappetje proberen, maar dat was ook minstens twintig minuten omlopen. Dan was deze trein waarschijnlijk allang weg.
Hij strekte zich zo ver mogelijk uit en keek op de goederenrein. Die was beladen met tientalen nieuwe auto’s. Als hij er daarvan eens een kon pakken. Maar alles was
goed vastgezet en de auto’s konden alleen via de achterkant de trein af rijden en dat was ver weg van waar hij stond. Hij keek nog eens goed, maar hij zag ook geen mogelijkheid op de trein te klimmen om snel over te steken. Op de plaats waar het trapje gezeten hadden, zat nu een hendel voor een soort lift. Er was een grote sticker naast geplakt die duidelijk maakte dat het verboden was de lift te bedienen.
Ja, dat weten we nu wel, bromde masjinist onhoorbaar.
Was onder de trein door misschien een optie? Met zijn lengte van nog geen tien centimeter moest dat natuurlijk best mogelijk zijn. Hij was bij elkaar nu al drie kwartier aan het wachten. Zo kon dat toch niet, er moesten treinen gereden worden. Het perron stond vol mensen. Die hadden vast haast en wilden vertrekken. Nou ja, dat wist masjinist eigenlijk niet. Hoewel die reizigers net zo plastic waren als hijzelf, leken ze geen enkele poging te doen om te bewegen. Dag in, dag uit stonden ze daar in precies dezelfde houding. Masjinist wist dat het bedrog was. In zijn slaap kon hij ze soms volhoofd horen schelden. Ja zo bedoelden ze het, als scheldwoord. Volhoofd, volhoofd; hij wist niet wat ze ermee bedoelden, maar het maakte hem op de een of andere manier anders dan de rest. Daarom werd hij nooit begroet.
Nou ja, beter een volhoofd dan een leeghoofd, dacht masjinist bij zichzelf. Hij kon zich niet langer beheersen en liep langzaam op het spoor af. Klaar om onder de goederentrein door te lopen. Steeds dichter naderde hij de metalen rails. Steeds dichterbij, tot hij het roestende ijzer kon ruiken. Natuurlijk kwam op dat moment de trein in beweging. Machinist ging kalm op de grond liggen. Op een betonnen biels buiten de rails. Hij wachtte gespannen op wat komen ging. Hij lag te ver weg van de rails om door de trein geraakt te worden. Daar maakte hij zich geen zorgen over. Hij vond het ook wel spannend om de onderkant van de trein over zich heen te zien gaan. Hij was echter wat huiverig voor de luchtverplaatsing. Geen probleem als hij weggeblazen zou worden. Dan zou hij in de struiken belanden. Maar hij was bang dat de trein hem naar binnen zou zuigen. Dat hij meegesleept zou worden in een dodelijke zucht wind. Dat hij verpletterd zou worden onder de wielen van een trein.
De goederentrein was veel langer dan hij had gedacht. Hoeveel wagens waren er nu al over zijn hoof getrokken. Twintig? Misschien wel dertig. Of veertig. Hij kreeg het er benauwd van. Dat je geen lippen hebt en je mond niet kunt openen, wil nog niet zeggen dat je niet in ademnood kunt raken. Ook al heb je helemaal geen longen, door een paniekaanval kun je toch gaan hyperventileren. En het ging maar door, wagen na wagen na wagen. Het werd hem langzaam wit voor de ogen.
Stralend wit, maar niet verblindend. Waar was hij? Hij hoorde geen enkel geluid. Was dit wit echt wit, of was het een kleurloze nevel die alleen maar wit leek? Masjinist vroeg het zich af toen hij een bekend gezicht uit de mist tevoorschijn zag komen.
Tom, wilde hij roepen. Tom, ik ben hier. Hij wist op dat moment zeker dat hij kon praten als hij het echt wilde. Hij kon schreeuwen, hij kon om hulp roepen. Maar toen de eerste klanken zich op zijn lippen vormden, flitste een spookbeeld zijn hoofd binnen. Het gezicht van een jonge vrouw die hij ooit gekend moest hebben. Een godin wellicht. Ze keek hem streng aan en wees met haar vinger in het niets. Ze verdween even snel als ze verschenen was.
‘Zestig woorden, ik heb het begrepen.’ Masjinist zei het in zichzelf, niet hardop. Achter beelden ontstonden nieuwe beelden. Hij zag zijn hart op een weegschaal. Hij voelde een gruwelijke pijn. En zestig woorden. En een veer. Een verloren veer. Een veer die hij moest zoeken. Waar moest hij zoeken?
Hij zag boven zich iets bewegen.
‘Horus? Kom je me opnieuw redden?’ Dat waren zes van zijn zestig woorden. Verspilde woorden omdat niemand ze gehoord had. Horus was in geen velden of wegen te bekennen. Hij voelde de klauw niet die hem greep.
(Lach) in memoriam
Respecteer Artikel 1 en Artikel 7 van de Grondwet.
Teken hier de petitie.
Klik hier voor meer informatie.
Red de columnist!
De Tuin
Vraag een machinist op het station naar zijn tuin en hij zal met zijn vinger naar een kale, dorre vlakte met zwart en roestig puin wijzen, waarin slechts enkele rood/witte stopborden voor wat kleur zorgen. Over winterharde planten, rotsbewoners of struiken vol vlinders, zul je hem niets horen zeggen. Ik heb eens een ontwerp voor een moerastuin ingediend, die treinen zou camoufleren tegen graffitikunstenaars en bovendien het personeel verkoeling kon brengen in de zomer, maar die tekening werd lachend naar de prullenbak verbannen. De directie heeft mijn ontwerp, waar toch uren werk in zat, waarschijnlijk nooit onder ogen gehad.
De machinist die een rangeerdienst heeft, is in de zomer dus veroordeeld tot het doorkruisen van een woestijn van gloeiende basaltblokken om vervolgens in de snikhete cabine van een trein te klimmen en druipend van het zweet te wachten tot hij ‘naar boven’ mag. ‘Naar boven’ betekent in dit geval niet de hemel, maar het perron. Een hemel vergeleken bij de helse tuin.
In de droge periode, vlak voor de zomer van 2011, groeide er echter een zonderling plantje tussen de spoorrails. Sommigen zeiden dat het onkruid was, een enkeling hield het zelfs voor gevaarlijk en giftig. Het leek masjinist nog het meeste op The Red Weed uit H.G. Wells’ War of the Worlds. Terecht was hij bang voor het plantje, masjinist is namelijk maar een paar centimeter groot. Voor hem was het geen gemakkelijk te vertrappen onkruid, nee, hij zag het als een enorme boom, waarvan de takken hem elk moment omver konden werpen of erger nog, optillen en vermorzelen.
De plantjes hielden gelukkig niet van natte voeten en de zomer van 2011 valt gerust nat te noemen. Behalve nat werd de tuin nu ook glad. De rangeermachinist belandde letterlijk van de wal in de sloot. Een moerastuin had het regenwater wel op kunnen vangen en afvoeren. Misschien moet ik een nieuwe poging wagen en mijn ontwerp alsnog naar de directie sturen. Zouden ze daar weten wat een ‘tuin’ is? Vast wel, maar zouden ze ook weten hoe de tuin van een machinist eruitziet? Masjinist heeft er zo zijn eigen ideeën over. Rond zijn spoor zie je geen plekken die er zo somber uitzien als de gemiddelde tuin van een spoormachinist. Maar sinds de kinderen vertrokken zijn, vertoont masjinist niet zoveel tekenen van leven meer. Zijn tuin blijft eeuwig groen, maar die kleur wordt langzaam aan het oog onttrokken wordt door een groeiende laag grijs stof.
Leiden in last
Masjinist kon van de opwinding niet in slaap komen. Gelukkig was de televisie aan blijven staan. Als hij dat kon, zou hij nu over de grond rollen van het lachen. Maar dan moest iemand hem eerst een duwtje geven. Hoe kregen ze het voor elkaar? Regel 1 en 2 moesten nu zo langzamerhand toch bij iedereen bekend zijn? Of zouden de mensen die tot deze poppenkast hadden besloten, zelf helemaal geen trein kunnen rijden? Masjinist kon het zich niet voorstellen. Er was beslist overleg gepleegd met machinisten, conducteurs en ander voetvolk op de perrons.
Vandaag had hij zijn eerste ritje in zijn nieuwe trein mogen maken. Deze trein leek erg op die van de televisie, maar hij was helemaal opnieuw beschilderd in de kleuren van zijn eigen spoorwegmaatschappij. Tom had er lang om moeten zeuren en hij kreeg hem pas toen hij zijn vader had beloofd dat deze een keer mee mocht naar de zolderkamer van zijn vriendinnetje. Tom had het beloofd, gezweerd zelfs, maar hij was niet van plan zich voor schut te laten zetten door zijn vader.
De nieuwe SVT, Sprinter Van Tom, reed fantastisch. Bij het optrekken leek het wel een raket. Tenminste, als Tom de transformator ver genoeg open draaide. Remmen ging iets te hard, waardoor masjinist bijna uit de cabine geslingerd werd. Dat leverde hem een fikse uitbrander van Maryse op, die vond dat hij zo nooit aan haar tijdsplan kon voldoen. Als hij geen betere trein kon betalen, moest hij er maar een andere motor in laten leggen. Faber stond al te springen, een kruiskop in zijn hand. Tom dacht er echter niet over zijn nieuwe trein uit elkaar te laten schroeven. Faber kreeg de kleine onderdeeltjes nooit meer samen onder de motorkap.
Masjinist had er hulpeloos bij gestaan, van binnen smekend dat de kinderen hun ruzie bij zouden leggen. Hij stond te popelen de SVT uit te proberen. Maar wat kun je doen, als je van plastic bent en je armen, benen en lichaam aan elkaar geplakt zitten? Gelukkig was het goed gekomen en nu zag hij op de televisie hoe het er in de mensenwereld ná hun kindertijd aan toe ging. De ruzies waren er in ieder geval niet minder om geworden. Wat intelligentie betreft, scoorden volwassen nog lager dan de kinderen die masjinist kende.
Met tranen in zijn ogen – van het lachen – keek hij naar de beelden uit Leiden. Tot voor kort een station waar het personeel meestal met dezelfde trein vertrok als waar het mee aangekomen was. Maar sinds de nieuwe dienstregeling was er iets veranderd. Hij zag vooral machinisten van het ene perron naar het andere rennen. Sommigen liepen even naar het kleine personeelsverblijf om er twee minuten later weer uit tevoorschijn te komen. Hij kreeg buikpijn van het lachen toen er werd omgeroepen dat de trein naar Den Haag van een ander perron vertrok. Tien tot twintig reizigers liepen gehaast de trap af, gevolgd door een golf blauw. Machinisten die nu aan de verkeerde kant op het verkeerde perron stonden en achter de reizigers aan holden om op z’n minst in dezelfde trein terecht te komen en niet als een verloren schaap achter te blijven, mocht de oorspronkelijke treinbestuurder toch besluiten door te rijden.
Maar het allerdomste, en dat kon masjinist echt niet begrijpen, was dat men geen rekening had gehouden met regel 1 en regel 2 van de SVT: Geduld en Geduld! In Leiden moeten treinen – zeker de Sprinters – vaak binnen een minuut na binnenkomst al vertrekken. Het opstarten van een SVT duurt echter minimaal twee minuten, als de ATB of Dodeman erbij komt zeker vijf minuten. Er zullen dus heel wat treinen te laat gaan vertrekken. Dat zal weer leiden tot binnenkomst en vertrek op en van andere sporen, dus meer volksverhuizingen waar het personeel achteraan kan rennen. Voor spotters valt er in Leiden de komende tijd heel wat te beleven. Masjinist hoopt dat de televisie aan mag blijven, want hij geniet – hoewel met een heel klein beetje plaatsvervangende schaamte – graag mee van het schouwspel.
En voor wie het nu nog niet weet, de basisregels voor het opstarten van een SVT:
Regel 1: Geduld!
Regel 2: Geduld!
Tam Tam
Het vroor hard buiten en ook op zolder was het koud. Er stond wel een piepklein kacheltje, maar dat was geen partij voor Koning Winter. Zelfs op het modelspoor waren wissels bevroren. Dat kwam omdat Faber, in een poging sneeuw na te bootsen, een zak met kleine, blauwwitte plastic korreltjes over de baan had uitgestrooid. Uren waren ze bezig geweest om die korreltjes uit de belangrijkste wissels te peuteren, zodat ze in ieder geval een rondje rond de kerk konden rijden. Maryse stelde voor de treinen langer te maken. Dat was wel zo prettig voor de reizigers.
Masjinist had zo zijn twijfels. Langere treinen, dat vond hij prima. Maar zouden ze het met elkaar eens kunnen worden over welke treinen waar dan moesten rijden? Het begon al goed toen Maryse hem belde op het moment dat hij net in Het Bosch was gearriveerd. Er stond een kapotte trein bij Tolburg en nu moest masjinist een andere trein rijden dan op zijn dienstkaartje stond. Masjinist zuchtte naar buiten, waar hij Tom en Maryse hoorde ruziën. Even later werd er opnieuw gebeld. Die andere trein was opgeheven en masjinist kon gewoon zijn dienst vervolgen. Te laat om nog naar het verblijf terug te wandelen.
Ondertussen had Faber echter al een andere machinist geregeld voor de trein naar Youtrecht en die stond zijn plaats niet meer af. Masjinist ging dus maar op een bankje zitten ‘passagieren’. Ook van Youtrecht tot Amsterdak had Faber al iets georganiseerd. Masjinist bromde terug naar zijn bankje. In Amsterdak had hij schaft. Nu was hij dus al drie en een half uur aan het werk, maar had hij nog geen cabine van binnen gezien. De stoptrein van Eindhaven naar Het Bosch telde niet mee.
Gelukkig reed de intercity van Amsterdak naar Hoofddorp wel. Daar mocht hij vervolgens een half uur op het middenspoortje wachten. (Masjinist had het altijd een vreemde naam gevonden, Hoofddorp. Je moet wel lef hebben om jezelf, omringd door grote steden, het belangrijkste dorp, hoofddorp, te noemen.) Vlak voor hij eindelijk een echt stuk mocht gaan rijden, werd er weer gebeld. Maryse zei dat de trein ook in Hilterum Sportveld moest stoppen, hoewel dat niet op zijn dienstkaartje stond. Masjinist wist dat haar nichtje daar woonde. Toch goed dat ze het even doorgaf, anders was hij er mooi met veertig kilometer per uur voorbij gescheurd.
Een echt gemakkelijke rit werd het niet. Op Het Vliegveld gaven de informatieborden aan dat zijn trein naar Hoofddorp, Oude Vennep en Lijmen ging. Dat was de andere kant op. Amsterdak Zuid gaf Almeeste op als bestemming. Op Kraaiendrecht stond in de borden dat mensen in de trein naar Anjerstad stapten en in Hiltersum gingen de reizigers zelfs aan boord van de gecombineerde intercity naar Gloningen en Welpwarden! Dubbel fout, deze trein kon helemaal niet gesplitst worden. De ene helft zou naar Welpwarden kunnen rijden, maar de andere helft zou – bij gebrek aan motoren – naar Gloningen geduwd moeten worden. Het was nog een wonder dat bij aankomst in Youtrecht slechts drie of vier mensen in de verkeerde trein zaten.
Vijf minuten te laat arriveerde masjinist bij zijn volgende klus, de intercity naar Den Heg. Hier bleek pas echt iets van de verlengde treinen. Acht bakken Koprijder, maar slechts één conducteur. Een conducteur die niets wist van de verlengde trein, hoewel hij daarover gebeld had moeten zijn. Schoonheidsfoutje in de communicatie. Gelukkig was hij wel bereid de trein te laten rijden. Gelukkig, vooral voor de reizigers. Want wat heb je aan langere treinen die, omdat ze te lang zijn, niet rijden? De rit verliep voorspoedig en eindelijk kon masjinist even ontspannen en van de reis en de omgeving genieten. Dit land is toch het allermooiste als je er zo min mogelijk van ziet.
In Den Heg stapte masjinist over naar zijn laatste trein, de intercity naar Eindhaven. De Koprijders waar hij vanaf kwam, stroomden ondertussen vol met reizigers naar Enmetdee. Drie minuten voor vertrektijd, stroomde het achterste – en natuurlijk volste – deel van de trein weer leeg. Dat deel bleef namelijk achter in Den Heg. Jammer dat niemand dat iets eerder wist te melden.
Zijn eigen trein kon stipt op tijd vertrekken. Een meevaller en masjinist had er zin in. Dat ging een hele poos goed, toen hij net voorbij De Heg Maryselandse Spoor werd gebeld door de treindiensleider. ‘Meester,’ had deze gezegd, ‘u loopt zo dadelijk voor een rood sein. Dat komt omdat u door een omgeleide trein gepasseerd gaat worden, maar deze zit vlak achter u.’
Met vijf minuten vertraging stopte de trein langs het perron in Helft. Masjinist liet het niet op zich zitten. Hoewel het druk was in de trein en dus ook op de perrons, wist hij de vertraging terug te brengen tot drie minuten in Breeda en twee minuten in Tilborg. Met een klein beetje hulp van de treindienstleider, wist hij zelfs op tijd de Eindhaven te bereiken. Toch nog een voldoening gevende dienst, hoewel hij de laatste rit eigenlijk te veel reizigers of te weinig trein had meegekregen.
De drie kinderen vonden de proef met langere treinen prima geslaagd. Masjinist werd niets gevraagd, maar hij had er zo zijn eigen mening over. Een aantal treinen was weliswaar verlengd, maar hadden ze enig idee welke dat waren, waar ze reden en door wie ze gereden werden? Nou ja, hij was gelukkig weer thuis. Of alle treinen die avond hun bestemming gehaald hebben, daar is masjinist nooit achter gekomen. Van die ene conducteur, die in de vrieskou op een klein stationnetje tussen Gezwolle en Welpwarden is achtergebleven, heeft nooit meer iemand iets gehoord.






























