PERSBERICHT: JEFFREY ARENZ – GEPEST! 20 APRIL, VILLA2B, ARNHEM.

Nog maar een maand geleden gaf slachtoffer van pesten Jeffrey Arenz een try-out van zijn voorstelling ‘Gepest!’ – door hemzelf steevast ‘show’ genoemd – in Villa2B, Arnhem. Het werd veel meer dan een voorstelling. Veel meer dan hij zelf besefte, gunde Jeffrey de toeschouwer een blik in de toekomst van mensen die als kind gepest zijn.

De avond begon gemoedelijk, als een soort lotgenotencontact. Na even zoeken had Jeffrey zijn draai gevonden en het interactieve spel met de zaal leek hem aangeboren. In tegenstelling tot wat het serieuze onderwerp deed vermoeden, werd het een theateravond vol herkenning en humor waaraan de zaal luidkeels meedeed.

Gaandeweg de voorstelling kwam de diepere grond onder deze zelf-beschermende humor echter steeds pijnlijker bloot te liggen. Pest-slachtoffers voor wie ook de moderne psychiatrie niets meer kon betekenen deden hun verhaal. Op dit punt kreeg Jeffrey in al zijn koppigheid gelijk en veranderde zijn voorstelling in een show. Een waanzinnige, wervelende kolk de diepte in.

Een show die voor een buitenstaander met geen pen te beschrijven is. Een show waarin zichtbaar wordt gemaakt hoe klein de wereld van een slachtoffer van pesten wordt en hoe moeilijk het is – zeg gerust: onmogelijk – daaraan op latere leeftijd te ontsnappen. Een show die voor eens en altijd duidelijk maakt dat pesten niet alleen een kind beschadigt, maar ook de volwassene tot wie het uit had moeten groeien in de kiem smoort.

Een show die zo confronterend, keihard, choquerend en realistisch is, en die tegelijk zo broos, teder en ontroerend kan zijn, zou op alle scholen verplicht in het lespakket opgenomen moeten worden. Misschien is de boodschap kil en ontnuchterend: pesten slaat wonden waarvan de littekens nooit helen, maar als Jeffrey met zijn zeer persoonlijk onthullingen kan voorkomen dat een kind slachtoffer van pesten wordt, redt hij daarmee niet één kind, maar misschien wel en hele generatie.


Een show die te belangrijk is om te missen. Voor iedereen die gepest is, gepest wordt en voor de enkeling die niet toekijkt maar een helpende hand biedt. Dit seizoen alleen nog te zien op 20 april bij Villa2B in Arnhem. Kaarten zijn te verkrijgen via Jeffrey-Arenz.nl en telefonisch te reserveren via 084-0034910.

Hans van Grietje

Is Grietje vannacht weer niet thuis gekomen?

Is Grietje vannacht weer niet thuis gekomen?

Wat een verhaal. Dat verzin je toch niet? Wat een verhaal joh.

Kwam dat hier vroeger echt voor? Pesten? Klasgenoten die elkaar het leven zuur maakten? Zo erg dat ze voor de trein sprongen? Dat geloof je toch gewoon niet. Want het zal in deze tijd toch wel afgelopen zijn met dat gepest, of niet?

Ik zie het in het sprookjesbos in ieder geval nooit gebeuren, hoewel we hier af en toe ook toestanden hebben waarvan ik denk: mensen en dieren, is dat nou echt nodig?

Zo is Grietje, m’n zus, steeds vaker de hort op. Soms komt ze twee dagen niet thuis, zit ik alleen opgescheept met die ouwe heks.

CIMG8300

Nou ja, ouwe heks, eigenlijk is het best een lief oud dametje hoor. Vegetariër nota bene. Heksen eten helemaal geen vlees! Wisten jullie dat? Nee, heksen eten geen vlees. Ja, af en toe een stoofpotje krekels of lauwwarme aardwormen in chocoladesaus, maar geen kalfjes of biggetjes en zeker geen mensenvlees.

Wat ik hier dan eigenlijk doe? Ja, goeie vraag. ‘Waarom wil je me dan vetmesten oma,’ vroeg ik haar.

Weet je wat ze zei? ‘Staat in het script!’

‘Script?’ Vraag ik. ‘Script, welk script? Ik heb helemaal geen script.’

 Draait die ouwe taart zich om en zegt: ‘Nee, dat heb ik weggegooid.’

Ik hoor haar snikken. Ja, en toen kreeg ik natuurlijk medelijden. ‘Hé oma, als je die kooi nou effe open maakt, dan kunnen we gezellig samen een babbeltje maken.’

Afijn, zij maakt dat deurtje open, ik kruip naar buiten, sta op en het schiet me toch in mijn rug. Ja, je zou het zo niet zeggen, maar ik zit al bijna zestig jaar in het sprookjesbos. Nooit de kans gehad om te staan, dus ja, tranen springen in mijn ogen. Begint de ouwe me te troosten. Hebben samen een potje staan janken, om je dood te schamen.

Hans komt uit de kooi.

Hans komt uit de kooi.

‘Maar waarom heb je nou mijn script weggegooid?’ Vraag ik haar. Staart ze een tijdje naar de vloer en zegt: ‘Omdat Grietje me op het eind in het vuur duwt, en dat vind ik zo onterecht…’

‘Kijk nou eens goed naar mij ouwe,’ zeg ik tegen haar. ‘Ik zou toch nooit zo’n schattig oud mensje in het vuur laten gooien? Daar zie je Hansje toch niet voor aan?’

Ach, en dan komt er zo’n schitterende glimlach tevoorschijn: ‘Er zijn hier wel een paar dingen veranderd jongen. Sprookjes zijn lang niet altijd sprookjes meer.’

Ze heeft gelijk, het begint hier eerlijk gezegd ook wel een beetje uit de klauwen te lopen. Is begonnen met Grietje, m’n zus. Die komt een tijdje geleden naar mijn kooi lopen, zet haar handen in haar zij en zegt: ‘Ik weet niet wat jij doet Hans, maar een meid van mijn leeftijd wil weleens iets anders. Ik ga het bos in.’ En ze loopt zo de deur uit.

De Schone Slaapster en de Prins op het Witte Paard

De Schone Slaapster en de Prins op het Witte Paard

Op zoek naar haar prins op het witte paard. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden, want die staat bij het kasteel van Doornroosje te wachten tot hij door die haag kan om haar wakker te kussen.

Grietje begint hem net zo lang uit te dagen en te pesten tot die prins er op een draf vandoor gaat, rechtstreeks naar het huisje van de zeven dwergen waar Sneeuwwitje ligt te slapen.

Iedereen weet dat Sneeuwwitje ligt te wachten op een prins op het witte paard, maar dat is niet degene die zich nu naast haar kist vergaloppeert. Ja, en dat blijft in een sprookjesbos niet lang geheim, dat snap je.

Lijfwacht van Doornroosje 2

Dus op hetzelfde moment dat Grietje bij Sneeuwwitje aan komt hollen, stormt er een tweede prins op het witte paard de oprit op. Grietje is direct helemaal in de wolken, want die denkt dat er twee prinsen om haar gaan duelleren. Maar nee hoor, die twee gaan mekaar enkel aan zitten staren.

Grietje, zwaar teleurgesteld in het mannelijk geslacht, zet haar handen aan haar mond en roept: ‘Hé, stelletje ho….’

Maar ondertussen is ook Sneeuwwitje uit de kist gekomen en die springt mijn zus om haar nek. Dat is een rel geworden, dat wil je niet weten.

Eerst de bewaking van Doornroosje erbij, want die had nu geen witte prins meer. Zeven slaperige dwergen die luidkeels liepen te vloeken waarom ze zo vroeg wakker werden gemaakt. Vrouw Holle riep om hulp omdat ze in de put zat, stel van die gestoorde geiten erbij…

Van die twee prinsen was niets meer te bekennen. Ik dacht echt dat het einde van het sprookjesbos nabij was. We hebben toen een algemene vergadering belegd. Uiteindelijk besloten dat iedereen weer naar zijn eigen sprookje terug zou gaan. Soort bij soort. Zoals het hoort.

Ja, daarvoor zijn we toch hier. Om kinderen in sprookjes te laten geloven. Niet om ze te laten wennen aan twee zoenende paardenprinsen en een prinses die de dienstmeid van de heks doodknuffelt. Laten we wel wezen.

Maar zoals het vroeger was, wordt het nooit meer. Volwassenen hadden er al weinig van en nu hebben kinderen het helemaal niet meer. Het geduld om naar iemands verhaal te luisteren. Als ik begin met Er was eens een arme houthakker – dat is mijn vader – , dan zijn de meeste kinderen al weg voordat ik broodkruimels ga strooien.

Vrouw Holle zit in de put. Ze wordt tegenwoordig heel anders aangesproken.

Vrouw Holle zit in de put. Ze wordt tegenwoordig heel anders aangesproken.

Dat ik vetgemest word om opgegeten te worden, ze geloven het gewoon niet meer. En vraag al helemaal niet om hulp, dan keren ze zich massaal tegen je.

Nog voor we bij het snoephuisje van m’n grootmoe zijn, beginnen ze al te zingen: ‘Hé ouwe heks, hij steekt een stokje door de tralies. Vreet hem op.’

Ik geef mijn stokje maar wat graag door aan mijn opvolger. Als die zich ooit meldt. Waar vind je nog een ouderwetse sprookjesverteller? Kom niet aan met politiek.

Ik snap het niet zo goed. Kinderen, en volwassenen trouwens ook, moeten toch in sprookjes blijven geloven?
Ze moeten toch hun fantasie kunnen gebruiken?
Ze moeten toch de gelegenheid krijgen een mooiere wereld voor zichzelf te creëren?

Ik kan hier niet eeuwig op een houtje blijven bijten.

Toch?

In één sprookje geloven ze wel...

In één sprookje geloven ze wel…

Zenuwen Continu…

Barkoecode

Barkoecode

Stap op de trein naar Kerkrade – vanaf Heerlen met Veolia. Reis naar een wereld van wetenschap en raadsels. Tijd en ruimte zullen nooit meer hetzelfde zijn.

Begeef je tussen zenuwcellen – krijg de zenuwen – en daal via het ruggenmerg naar je tenen. Daar loop je dan de rest van de dag op. Laat je rug zacht masseren door het spijkerbed, train lichaam en geest.

Een koe met aangeboren streepjescode, vierkante tomaten die in blik aan de bomen groeien, water naar de zee draaien, alles is er mogelijk. Mocht je last hebben van nierstenen, de operatietafel staat al klaar en een bijbehorende robot hunkert naar actie.

Eet geen bananen!

Eet geen bananen!

Een toevallig voorbij rennende fietser waarschuwt met klem tegen het eten van bananen. Het is verstandig deze goede raad te volgen, omdat het gerief in het heilige kamertje hoog boven de werkvloer troont en de poorten naar privacy ontbreken.

Gerieflijk op de troon

Gerieflijk op de troon

Een paradijs voor op knopjes verzotte kinderen op ontdekkingstocht. Omver gelopen door complete schoolklassen die niet de route volgen die de kleuren in het instructieboek aangeven. Dat weet je zeker, want je hebt een stapel van die boeken onder je armen. Dus als je heel veel geluk hebt, steek je er zelf ook nog iets van op.

Tip: met een speciale sleutel, verkrijgbaar aan de balie, kun je jezelf opsluiten in een ruime box waarvan er op elke afdeling één staat.

.

.

Tam Tam

l

Het vroor hard buiten en ook op zolder was het koud. Er stond wel een piepklein kacheltje, maar dat was geen partij voor Koning Winter. Zelfs op het modelspoor waren wissels bevroren. Dat kwam omdat Faber, in een poging sneeuw na te bootsen, een zak met kleine, blauwwitte plastic korreltjes over de baan had uitgestrooid. Uren waren ze bezig geweest om die korreltjes uit de belangrijkste wissels te peuteren, zodat ze in ieder geval een rondje rond de kerk konden rijden. Maryse stelde voor de treinen langer te maken. Dat was wel zo prettig voor de reizigers.

Masjinist had zo zijn twijfels. Langere treinen, dat vond hij prima. Maar zouden ze het met elkaar eens kunnen worden over welke treinen waar dan moesten rijden? Het begon al goed toen Maryse hem belde op het moment dat hij net in Het Bosch was gearriveerd. Er stond een kapotte trein bij Tolburg en nu moest masjinist een andere trein rijden dan op zijn dienstkaartje stond. Masjinist zuchtte naar buiten, waar hij Tom en Maryse hoorde ruziën. Even later werd er opnieuw gebeld. Die andere trein was opgeheven en masjinist kon gewoon zijn dienst vervolgen. Te laat om nog naar het verblijf terug te wandelen.

Ondertussen had Faber echter al een andere machinist geregeld voor de trein naar Youtrecht en die stond zijn plaats niet meer af. Masjinist ging dus maar op een bankje zitten ‘passagieren’. Ook van Youtrecht tot Amsterdak had Faber al iets georganiseerd. Masjinist bromde terug naar zijn bankje. In Amsterdak had hij schaft. Nu was hij dus al drie en een half uur aan het werk, maar had hij nog geen cabine van binnen gezien. De stoptrein van Eindhaven naar Het Bosch telde niet mee.

Gelukkig reed de intercity van Amsterdak naar Hoofddorp wel. Daar mocht hij vervolgens een half uur op het middenspoortje wachten. (Masjinist had het altijd een vreemde naam gevonden, Hoofddorp. Je moet wel lef hebben om jezelf, omringd door grote steden, het belangrijkste dorp, hoofddorp, te noemen.) Vlak voor hij eindelijk een echt stuk mocht gaan rijden, werd er weer gebeld. Maryse zei dat de trein ook in Hilterum Sportveld moest stoppen, hoewel dat niet op zijn dienstkaartje stond. Masjinist wist dat haar nichtje daar woonde. Toch goed dat ze het even doorgaf, anders was hij er mooi met veertig kilometer per uur voorbij gescheurd.

Een echt gemakkelijke rit werd het niet. Op Het Vliegveld gaven de informatieborden aan dat zijn trein naar Hoofddorp, Oude Vennep en Lijmen ging. Dat was de andere kant op. Amsterdak Zuid gaf Almeeste op als bestemming. Op Kraaiendrecht stond in de borden dat mensen in de trein naar Anjerstad stapten en in Hiltersum gingen de reizigers zelfs aan boord van de gecombineerde intercity naar Gloningen en Welpwarden! Dubbel fout, deze trein kon helemaal niet gesplitst worden. De ene helft zou naar Welpwarden kunnen rijden, maar de andere helft zou – bij gebrek aan motoren – naar Gloningen geduwd moeten worden. Het was nog een wonder dat bij aankomst in Youtrecht slechts drie of vier mensen in de verkeerde trein zaten.

Vijf minuten te laat arriveerde masjinist bij zijn volgende klus, de intercity naar Den Heg. Hier bleek pas echt iets van de verlengde treinen. Acht bakken Koprijder, maar slechts één conducteur. Een conducteur die niets wist van de verlengde trein, hoewel hij daarover gebeld had moeten zijn. Schoonheidsfoutje in de communicatie. Gelukkig was hij wel bereid de trein te laten rijden. Gelukkig, vooral voor de reizigers. Want wat heb je aan langere treinen die, omdat ze te lang zijn, niet rijden? De rit verliep voorspoedig en eindelijk kon masjinist even ontspannen en van de reis en de omgeving genieten. Dit land is toch het allermooiste als je er zo min mogelijk van ziet.

In Den Heg stapte masjinist over naar zijn laatste trein, de intercity naar Eindhaven. De Koprijders waar hij vanaf kwam, stroomden ondertussen vol met reizigers naar Enmetdee. Drie minuten voor vertrektijd, stroomde het achterste – en natuurlijk volste – deel van de trein weer leeg. Dat deel bleef namelijk achter in Den Heg. Jammer dat niemand dat iets eerder wist te melden.

Zijn eigen trein kon stipt op tijd vertrekken. Een meevaller en masjinist had er zin in. Dat ging een hele poos goed, toen hij net voorbij De Heg Maryselandse Spoor werd gebeld door de treindiensleider. ‘Meester,’ had deze gezegd, ‘u loopt zo dadelijk voor een rood sein. Dat komt omdat u door een omgeleide trein gepasseerd gaat worden, maar deze zit vlak achter u.’

Met vijf minuten vertraging stopte de trein langs het perron in Helft. Masjinist liet het niet op zich zitten. Hoewel het druk was in de trein en dus ook op de perrons, wist hij de vertraging terug te brengen tot drie minuten in Breeda en twee minuten in Tilborg. Met een klein beetje hulp van de treindienstleider, wist hij zelfs op tijd de Eindhaven te bereiken. Toch nog een voldoening gevende dienst, hoewel hij de laatste rit eigenlijk te veel reizigers of te weinig trein had meegekregen.

De drie kinderen vonden de proef met langere treinen prima geslaagd. Masjinist werd niets gevraagd, maar hij had er zo zijn eigen mening over. Een aantal treinen was weliswaar verlengd, maar hadden ze enig idee welke dat waren, waar ze reden en door wie ze gereden werden? Nou ja, hij was gelukkig weer thuis. Of alle treinen die avond hun bestemming gehaald hebben, daar is masjinist nooit achter gekomen. Van die ene conducteur, die in de vrieskou op een klein stationnetje tussen Gezwolle en Welpwarden is achtergebleven, heeft nooit meer iemand iets gehoord.